Exotische vruchten 1
Ananas


De ananas is een geschubde vrucht. De schubben zijn eigenlijk individuele vruchtjes, want een ananas bestaat uit meerdere kleine vruchtjes. De ananas ontstaat in de rozet van een stekelige bladerkrans, waar dus alle bloemetjes samen uitgroeien tot een zeer smakelijke, samengestelde vrucht.
Ananas rijpt niet na. Ze wordt wel industrieel wat nagerijpt, maar dat geeft niet dezelfde smaak als een aan de plant gerijpte vrucht.
Ananas bevat een eiwitafbrekend enzym, bromelaïne! Daarom zal verse ananas in combinatie met vlees het het vlees malser maken.
Ananas wordt altijd rijp gegeten. De vrucht is heel goed te combineren in hartige gerechten, hoewel ze ook in desserts haar mannetje staat. Columbus, die de ananas bij ons introduceerde, beschreef zijn wonderlijke ontdekking als een artisjokachtige plant met vruchten zoals dennenappels, maar veel groter. Hij roemde het frisse, pittige en toch zeer suikerrijke vruchtvlees. Columbus heeft uiteraard het genoegen gesmaakt een juist geoogste, aan de struik gerijpte ananas te proeven. Een rijpe ananas geeft wat mee als je op de bast drukt, maar verspreidt bovenal een aangename zoete geur. Als je de ananas niet ruikt, koop je haar beter niet.
De victoria-ananas is een mini ananasje met een oranje-gele schil. 
Het vruchtvlees is prachtig goudgeel, heel erg sappig en zoet aromatisch. Veel sterker van smaak dan de gewone ananas.
Eet deze ananas liefst zo. Het zou jammer zijn om de heerlijke smaak te verknoeien door er andere producten bij te mengen. Ook de kern is zacht en eetbaar.
In sommige landen hangen de fruitverkopers de ananas ondersteboven aan hun kraam. Zo verspreidt de suiker zich door de hele vrucht. Normaal is het onderste gedeelte van de ananas zoeter dan het bovenste.


Banaan        

Alle eetbare bananen zijn kweekproducten op basis van de Musafamilie.
Er bestaan ongeveer 400 gangbare rassen van de banaan. Het sortiment is te verdelen in rassen voor de verse consumptie en in rassen om te bakken of te koken. Daarnaast zijn er rassen met speciale eigenschappen zoals de appelbanaan of babybanaan, rode banaan.
Voor het uitbreken van de panamaziekte werd de Gros Michel het meest geteeld voor export. Dit ras is deels vervangen door Giant Cavendish; die nu de meest geteelde banaan voor export is.

Soorten:

Appelbanaan of babybanaan

De babybanaan, rijstbanaan of Pisang susu, zijn synoniemen voor het bananenras Lady Finger. Het zijn kleine gedrongen banaantjes van 8 tot 11 cm lengte, met een dunne schil die snel van groen naar geel kan veranderen. Het vruchtvlees smaakt fris, zoet en doet wat aan appel denken. Men noemt ze ook wel ladyfingers.
De babybanaan wordt geteeld in onder andere Kenia, Thailand, Mexico en Colombia en daar gebruikt als kookbanaan.

Rode banaan

Deze heeft een roodbruine kleur. Af en toe wordt ze aangeboden. Ze heeft vooral een decoratief effect want de smaak is vrij melig. Ze kan ook gebruikt worden als bakbanaan.

Bakbanaan

De bakbanaan, ook wel kookbanaan of 'plantain' genoemd, is een vrucht geleverd door planten uit het geslacht Musa en wordt gebakken of gekookt gegeten. Door het hoge koolhydraatgehalte is de rauwe vrucht moeilijk verteerbaar.
De bakbanaan is 30 tot 40 cm lang en dus veel groter dan de dessertbanaan. Ze heeft een harde schil die moeilijk verwijderbaar is. De kleur van de bakbanaan is groen, geel of roodachtig.
In tropische landen is de bakbanaan een belangrijk onderdeel van de maaltijd, vergelijkbaar met de aardappelen hier. Bakbananen worden hoofdzakelijk uit Zuid-Amerikaanse landen geïmporteerd. Om ze te bereiden worden ze in de oven gelegd tot de schil zwart geworden is. Ze kunnen ook gefrituurd worden. De kook- of baktijd ligt tussen de 15 en 20 minuten.

Van onrijpe bakbananen worden bananenchips gemaakt.


Cactusvijg

Is de vrucht van een cactussoort, de opuntia, een bladcactus die in het najaar grote eetbare vruchten oplevert. De vruchten bevatten veel pitten. Liefst gekoeld eten. Opletten bij het schillen voor de kleine stekeltjes die op de vruchten staan. Best handschoenen dragen.
Er bestaan versies met wit, geel of rood vruchtvlees.


Carambola

De carambola of stervrucht is een plant uit de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae).
Het is een tot 12 meter hoge boom met korte stam en uitgespreide takken, die in droge tijden zijn blad kan verliezen.
De vruchten zijn rijp groenig tot donkergeel van kleur. De tot 9 bij 15 cm grote, in omtrek ovale vrucht, heeft vijf scherpe, hoekige ribben. Een dwarsdoorsnede van de carambola lijkt op een ster. De schil is glad en wasachtig. Het vruchtvlees is stevig en sappig en lichtgeel tot donkergeel van kleur. De vruchten zijn bijna pitloos of bevatten 12 mm grote zaden. De carambola smaakt fris zuur tot zoetzuur.
De carambola komt van nature voor in Zuidoost-Azië en wordt wereldwijd in de (sub)tropen gekweekt.
De carambola wordt niet alleen als handfruit gebruikt, maar wordt door de stervorm van de dwarsdoorsnede ook veel als garnering gebruikt.
Het eten van de vrucht kan een fatale uitwerking hebben op nierpatiënten wegens een hoge concentratie oxaalzuur en kalium.


Cherimoya

De cherimoya (Annona cherimola) is een tropische plant van de Annonenfamilie en komt oorspronkelijk voor in de hooglandvalleien van de Andes in Peru, Ecuador, Colombia en Bolivia tussen 1.000 en 2.000 meter hoogte.
De vrucht wordt veel in Chili geteeld en het land is een van de grootste exporteurs van cherimoya in de regio. De noordelijkste teeltgebieden zijn het Middellandse Zeegebied (Spanje en Israël) en China. De vrucht behoort tot de groep van tropische roomappels en wordt ook wel de Jamaica-appel genoemd. Het is een van de smakelijkste uitheemse vruchten, maar ze moet gegeten worden als ze volledig rijp is.
De verzamelvruchten zijn ovaal, vaak lichtelijk langwerpig en hartvormig, 10 tot  20 cm lang en met een diameter van 7 tot 10 cm, met een leerachtige, gladde groene schil. Het vruchtvlees is wit met vele zwarte pitten en zeer zoet. De vruchten vertonen zwarte randen bij het verouderen.
Deze vrucht wordt steeds vaker op markten en in supermarkten verkocht. In de omgeving van Motril (Spanje) wordt er een fruitige likeur van de cherimoya gemaakt.


Doerian

De doerian (Indonesisch: durian) is de vrucht van een tot 40 meter hoge, groen blijvende boom met uitgespreide takken en een dichte kruin.
De eivormige of afgeronde vrucht is 15 tot 30 cm lang en tot 8 kg zwaar. De schil bestaat uit zeskantige, dikke stekels. De vrucht bestaat uit vijf vruchtkamers met daarin een tot 6 cm groot zaad. Deze zaden zijn omgeven door dikke, crèmekleurige tot donkergele, puddingachtige zaadmantels. Deze zaadmantels smaken zoet en aromatisch. De rijpe vrucht ruikt zeer penetrant door de vorming van waterstofsulfide, waaraan de vrucht zijn alternatieve naam - stinkvrucht - ontleent. De zaden zijn rauw niet eetbaar, maar vormen geroosterd een lekkernij.
De doerian komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië en wordt daar ook veel verbouwd. Hij wordt daar koning van de vruchten genoemd.
Hier is de vrucht vers of bevroren verkrijgbaar in Aziatische winkels, waar soms ook doerianijs verkocht wordt.
Vanwege de sterke geur die de vrucht afgeeft door de vorming van waterstofsulfide, is het bij sommige bus- en luchtvaartmaatschappijen in Aziatische landen verboden om doerian mee te nemen. Ook mag de doerian niet in de hotels worden binnen gebracht.
Waterstofsulfide is een chemische stof die de geur van rottende eieren verspreidt!


Granaatappel

Een granaatappel (Punica granatum) is een vier meter hoge struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae). Granaatappels zijn afkomstig uit Perzië en worden al eeuwenlang gekweekt rond de Middellandse Zee. De geslachtnaam van de struik, Punica, is een herinnering aan de Phoeniciërs, die de teelt hebben verspreid, deels om religieuze redenen. Granatum komt van het Latijnse woord voor korrel, graan. De edelsteen granaat is waarschijnlijk naar de granaatappel genoemd, niet alleen vanwege de kleur, maar ook vanwege de vorm van de vruchtcellen, die wel wat op edelsteentjes lijken.
De vrucht van de granaatappel is rond en heeft de grootte van een grapefruit (8 tot 12 cm diameter). De vrucht is heel sappig en bevat grote cellen zoals een citrusvrucht, maar in elke cel zit een pitje van ongeveer 3 mm groot. Om de pitjes zit een soort gelei, zoals om de pitjes van een tomaat. Bovendien bevat de vrucht veel vellen. Omdat de vellen niet lekker smaken, moet men elke cel zorgvuldig pellen. Bij rijpe vruchten is het vruchtvlees donkerrood. De schil is erg stevig en leerachtig.
De vrucht kan wel uitgeperst worden, al gaat daarbij veel vruchtvlees verloren. Het sap van de granaatappel vormde oorspronkelijk de basis voor grenadine, een soort limonadesiroop die in cocktails wordt gebruikt, zoals in Tequila Sunrise. Tegenwoordig wordt grenadine echter niet meer van granaatappelsap gemaakt, maar is het een mengsel van andere vruchten.
Streken die naar de granaatappel zijn genoemd, zijn het Spaanse Granada en het Caribische eiland Grenada. De vrucht staat dan ook respectievelijk in het wapen en in de vlag. Ook de handgranaat is naar de granaatappel genoemd, vooral vanwege de vorm.


Kaki

De kaki is inheems in Azië. Deze groeit daar in het wild in gebieden met een gematigd klimaat of hoog in berggebieden in de tropen. Als verzamelnaam wordt ook wel de Engelse naam persimon gehanteerd.
De vrucht ziet er ongeveer uit als een platte tomaat en is oranje van kleur. Het vruchtvlees is ook oranje en eventuele pitten zijn niet eetbaar. Een kaki is alleen goed te consumeren als hij echt rijp tot zelfs overrijp is, dan is de schil een beetje glazig en het vruchtvlees is zacht geworden. In onrijpe toestand bevat de kaki te veel looizuur en dat geeft een onprettige smaaksensatie. De vrucht is familie van de mispel. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze alleen overrijp lekker smaken omdat dan het looizuur (tannine) uit de vrucht verdwenen is. Eenmaal zacht is een kaki erg zoet van smaak en uitstekend geschikt voor verwerking in desserts. Een beetje limoensap werkt als een fantastische smaakversterker!
Er bestaan kakisoorten die niet wrang smaken, ook niet als de vrucht nog hard is. De sharon bijvoorbeeld.
De sharon is een veredelde kakisoort die in Israël ontwikkeld is. De sharon is pitloos, maar de oorspronkelijke sharon kan pitten bevatten en kan onrijp gegeten worden. Het looizuurgehalte is namelijk veel lager dan bij de kaki. Veel consumenten zien dit als een voordeel, maar de echte kenner geeft de voorkeur aan de échte kaki. Kaki is dus een verzamelnaam zoals bij appel of peer... Sharonfruit is een kakivariëteit.
Kaki en sharon worden gedurende het najaar aangevoerd uit Zuid-Europa. Gedurende de overige maanden komen ze uit Israël, Brazilië en Nieuw Zeeland.
De sharon is hier alleen verkrijgbaar in de periode november tot maart en komt dan meestal uit Israël.
Nog vrij nieuw is de bouquet persimon. Deze verbeterde kaki is vrij groot en lijkt op een oranje langwerpige tomaat. Het voordeel van deze kaki is dat je eveneens niet hoeft te wachten totdat hij helemaal overrijp is zonder dat je de wrange smaak proeft. Ook blijft het vruchtvlees steviger en het is vrijwel pitloos. De smaak is meer uitgesproken dan de smaak van een sharon. Bouquet persimon komt uit Spanje en is verkrijgbaar van eind september tot en met december.