Etymologie W

WATERZOOI

Waterzooi is een gerecht van zuivere Vlaamse oorsprong. Men vindt er de twee stammen water en zooi in terug. Water is duidelijk en zooi komt van zoden of zooien dus koken.
De oorspronkelijke bereiding werd gemaakt met zoetwatervis . Het recept is vrij eenvoudig.
Men neme verschillende soorten zoetwatervis die levend vers moeten zijn. Paling, snoek, karper, barbeel en vooral baars die de goede smaak geeft aan de bereiding. Van de koppen en de staarten maakt men een fumet  en deze fumet gebruikt men om de vissen in gaar te koken. Men voegt julienne van peterseliewortel toe als smaakgever. Het kookvocht moet voldoende ingekookt worden tot het een goede dikte heeft. Er mag desnoods wat verkruimelde beschuit bijgevoegd worden en boter om de saus meer velouté te geven. Men serveert er gesmeerde boterhammen bij.
Gent is de stad waar men gespecialiseerd is in het maken van waterzooi en er waren restaurants langs de Leie die niets anders aanboden dan dit gerecht. Alhoewel , een Gents tafelhouder , Cauderlier, schrijft in zijn kookboek van 1916 dat het vooral de honger van de wandelaars is die er voor zorgt dat waterzooi lekker smaakt.
In zijn dictionnaire de cuisine pratique van Joseph Favre die geschreven is tussen 1890 en 1900 geeft hij een tweetal recepten voor waterzooi van kip op, die hem medegedeeld werden door een Brusselse chef en een ander recept, door een chef uit het Leuvense. Favre klasseert ze dan ook bij de cuisine Bruxelloise en het andere bij de cuisine Brabançonne. Er wordt kalfsschenkel in gebruikt om een sterke fond te bekomen maar als groentegarnituur komt er alleen selderij of in het geheel geen groenten aan te pas. Opvallend is het gebruik van nootmuskaat in de saus en er komt geen druppel room aan te pas. Beide waterzooi's worden opgediend met boterhammen.