VATEL
Werd geboren in 1635 van Zwitserse ouders. Hij kreeg de namen Karl Fritz en zijn echte familienaam was Watel. Madame de Sévigné schreef zijn naam later als Vatel en zo is het dan ook gebleven.
Fréderic Charles Vatel werd officier de bouche van de Prince de Condé en mocht dus een degen dragen ! Hij schrikte er nochtans niet voor terug om zelf de muts op te zetten en een schort voor te binden , er aldus voor zorgend dat alles in de keukens naar perfectie verliep. Vatel is tevens de man die de wereld heeft doen inzien dat de kookkunst een hoogstaande bezigheid is. Hij pleegde namelijk zelfmoord omdat hij zijn gasten naar alle waarschijnlijkheid niet naar behoren zou kunnen bedienen.
In April 1671 kwam Louis XIV op bezoek bij de Condé in het kasteel van Chantily .
Alles moest in de puntjes verzorgd worden . Monseigneur sera satisfait, was Vatel's antwoord.
Maar tijdens de eerste avond was er vlees te kort voor twee tafels, later op de avond mislukte het vuurwerk, waarvoor ook Vatel gezorgd had. Toen 's anderendaags " la marée" zeg maar de vis, te laat aankwam, doorboorde hij zich met zijn zwaard, liever dan in oneer te vallen bij zijn meester.
De ironie wil dat de voorhoede van de visverkopers kwam opdagen met vis voor 300 personen terwijl Vatel vis nodig had voor 3000 gasten. Een half uur na z'n zelfmoord kwam de rest van de vis toe.
VIJGEN NA PASEN
In de middeleeuwen waren de vastendagen zeer talrijk, niet alleen alle vrijdagen maar ook de quatertemperdagen, de vigiliedagen voor de grote feesten en natuurlijk de grote of veertigdaagse vasten. Na de wintertijd, de tijd van feesten en schrokpartijen, zorgde de Kerk voor afremming; dit was de grote vasten, tijd van soberheid en van versterving. Voor velen was het echter een onontkoombare noodzakelijkheid, de voorraden van vlees en dergelijke waren immers op en slechts een noodzakelijke en noodgedwongen vasten kon de burgers de lente doen bereiken. Op vastendagen mocht er geen vlees en geen vette spijzen gegeten worden. De reglementering verschilde wel eens van streek tot streek volgens het bisdom.De beenhouwers mochten het vlees niet etaleren op peine van zware straffen. Op het eten van vlees stonden lijfstraffen en zelfs de doodstraf kon men krijgen voor worteltjes met spek.
Lodewijk IX, bijgenaamd de heilige, dreef de versterving wel zo ver dat hij zich ont hield van bij zijn vrouw te slapen, maar hij zal wel een uitzondering geweest zijn.
Buiten de klassieke vastenspise, zoals vis, groenten en kaas werd er ook, maar dan door de rijken, de armen konden zich dit niet aanschaffen, zaken gegeten zoals rozijnen, dadels, noten en gedroogd fruit. Ook vijgen behoorden daarbij en als de vijgen te laat uit het verre Turkije arriveerden sprak men van vijgen na Pasen, vastenspijs na de vasten...
VINAIGRETTE
Een basisvinaigrette bestaat uit vier elementen zoals algemeen geweten : olie, azijn, peper en zout.
Wil men een goede vinaigrette om de sla aan te maken, zo zegt een oud gezegde, heeft men vier mensen nodig : een verkwister voor de olie, een gierigaard voor de azijn, een wijze voor het zout en een dwaas voor de peper. Een oud kookboek waarschuwt er ook voor dat een kok die te veel azijn in zijn vinaigrette doet, met een molensteen om de hals in zijn saus zou moeten verdronken worden.